De primaire kleuren zijn de kleuren die theoretisch volstaan om, als ze door menging met elkaar gecombineerd worden, het grootst mogelijke kleurengamma, of gamut te verkrijgen. In de schilderkunst worden traditioneel de subtractieve primaire kleuren aangegeven als rood, geel en blauw. Dit is afkomstig uit een verouderde kleurenleer uit de achttiende eeuw. Met deze kleuren lukt het echter niet om een zuiver paars of groen te mengen. Destijds waren pigmenten voor cyaan en magenta nog niet beschikbaar.
Marinda had ‘kleurenleer’ het eerst jaar. Dagen lang was ze bezig met grijs tinten – blauw tinten, rood tinten etc. Ik wilde haar er best bij helpen. Ik kon wel vlakjes schilderen. Ik ben alleen hartstikke kleurenblind. Dus was ik met haar naar het Gemeente Museum in Den Haag geweest omdat ik wel iets wist over kleuren.
Er hingen werken van de De Nabis-beweging. Pierre Bonnard (van het kaartje van Maureen), Maurice Denis en Paul Sérusier. Maureen had mij goed opgevoed. Ik had heus wel opgelet. Mijn aandacht spanne was kort, maar Maureen had mij echt geduld geleerd. We gingen echt nog niet vrijen.
“Ik maak dit even af goed?”, zegt Maureen. Alsof er een keuze was. “De kleurtheorie bracht Paul Sérusier tot uitdrukking in het geschilderde werk Paysage du Bois d’Amour, beter bekend als Talisman. Met een aantal van zijn vrienden ging hij vaak de discussie aan over de kleurtheorieën – kleurenleer. Ze richtte de Les Nabis op. Gevoel en emotie onderscheidde hen van de impressionisten, die met name het vluchtige van het licht buitenshuis probeerden te vatten. Het decoratieve had bij hun meer belang dan het expressieve. Zij stonden voor het primaat van de kleur en de platheid van het beeld.”
Ze trekt me naar haar kamer. “Nou vooruit dan.”, zegt ze, “Ik overhoor je morgen wel.”
Ik heb geen moeite met primaire kleuren het zijn de gemengde kleuren waar ik echt moeite mee heb. Als ze geschilderd zijn – bij licht is het weer anders, behalve groen dan. Als ik een kleur niet zie – concludeer ik altijd dat het groen is.
Ik kan naar een 3D film gaan, maar zal nooit ervaren wat anderen ervaren. Het is best een frustratie. Het was waar mijn fascinatie voor Maureen vandaan kwam – die zag alles. Het was waar mijn jaloezie voor wat Marinda deed vandaan kwam. Ik zou falen in kleurenleer – in kunst.
“Ben jij kleurenblind?”, zegt ze. Marinda staat met open mond naar mij te kijken. We zijn op Den haag Centraal station. “Enorm”, zeg ik. “Hoe kan dat nou?”, vraagt ze. “Ik heb geen idee.” Marinda steekt een aantal vingers op. “Hoeveel vingers steek ik op dan?”, vraagt ze. Ik begrijp haar niet. “Ik ben niet blind – ik ben kleuren blind!”, zeg ik. “Bijzonder”, zegt ze. Ze trapt haar sigaretje op de grond uit. Verslikt zich in de laatste rook en begint ineens keihard te grinniken. Ze kruipt onder mijn arm. Marinda past altijd precies onder mijn arm.
“Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is….groen”, zegt ze.
Ik zucht. “Jij ben echt grappig.”, zeg ik.
