Een aan/uit-regeling is een regelaar met een besturend element dat slechts twee standen kent: aan of uit, open of dicht enzovoorts. Soort van binair. De geheugencellen van computers kunnen twee waarden aannemen, het is dan een binaire voorstelling van de opgeslagen informatie. Daarom worden getallen in computers intern voorgesteld als binaire getallen. Voor de buitenwereld worden deze getallen vertaald naar het hexadecimale of het octale stelsel, die beide nauw verwant zijn met het binaire.
Het simpel – het is uit of het is aan. Het niks of alles – nul of een. Ja of nee. In dit geval was het uit en niet aan. Dat dus.
Toch is er bij een pauze sprake van iets dat elk moment weer kan beginnen. Er is niets verwarrender dan dat. Er was geen slaande ruzie – er was geen kwaad woord gevallen. Niet echt. Het was gewoon klaar, maar bij Marinda was het even klaar en dat is een groot verschil.
Ik droomde dat ik je losliet zodat je kon doen wat je wilde. Je wegvloog en ik je sneller miste dan ik dacht. Je iets te snel uit mijn zicht verdween en ik moest zoeken hoe je er uitzag. Je zat er wel ergens maar ik wist het niet meer. Te vlug – te rap- te snel.
Op de dag van mijn verjaardag ging ik gewoon werken. In de avond ben ik gaan eten met mijn ouders en zus. Het was een leuke verjaardag, maar zonder Marinda. Ik wist niet waar zij was. We hadden elkaar nog gebeld. Dat was een fijn gesprek. Ik had er nog steeds behoefte aan – weten hoe het met haar was.
Ze was in de trein gestapt na ons gesprek. Ze had immers gewoon een sleutel. Ze had iets gegeten in de stad en had in mijn kamer tv gekeken. Ze had wat zitten lezen en toen had ze zich helemaal uitgekleed en was in mijn bed gaan liggen. Als een cadautje dat slechts met een dekbed was ingepakt. Ze bedoelde het goed, alles kwam goed. Ze wilde niet anders meer alleen maar bij mij zijn.
Ik was een beetje aangeschoten – was niet meer zo heel erg alert. Ze lag daar gewoon op mij te wachten. Ik heb de gordijnen dichtgedaan en ben bij haar gekropen. Ze lag al te slapen. Ik deed het heus heel stil. Dan kon het best, maar ze werd toch wakker.
“Gefeliciteerd met je verjaardag”, fluisterde ze terwijl ze naar mij zocht. Bij me kroop. Het mocht best wel – we wisten toch precies hoe. Er was niemand die er iets van zou zeggen. Het maakte toch niet uit.
Morgen komt de kater wel.
