Met de term dessertwijn wordt over het algemeen zoetere tot zoete wijn aangeduid. Niet elke zoete wijn is per definitie een dessertwijn, maar wordt er vaak wel toe gerekend. Soms is de wijnsuggestie een andere culinaire combinatie. Een “dessertwijn” kan zowel stille “gewone” wijn, mousserende wijn als versterkte wijn zijn. De wijn wordt vanwege haar zoetheid vaak geserveerd of voorgesteld bij (één van) de laatste gang(en) van een diner.
Wij zijn vast al aan een toetje toe na deze dag, maar de wijn is op. Ik had vanmiddag nog een fles gehaald maar die ging zo hard naast het bed. Ik kon mij niet voorstellen dat mijn ouders geen alcohol meer in huis hadden. Ik had echt werkelijk overal gezocht in huis. Dat hielp. In de trapkast verborgen achter allerlei rommel vond ik nog een fles van iets.
Als een fles wijn op is stop je er een briefje in, doe je er een propje in en gooi je hem de zee in. Met Bo heb ik het zo vaak gedaan. Een propje omdat alle kurken in de fles verdwenen. Die kreeg je er met geen man en macht meer uit. Er missen nogal wat pagina’s in mij schriftjes. Allemaal in de periode met Bo.
Ik weet niet meer wat er op die briefjes stond. Ze zijn immers in een fles langs de Noorder – ondergaande zon vertrokken. Maar v.d. week vond ik er een. Een die nog nooit was weggestuurd. Waarschijnlijk was de fles nog niet leeg toen we vertrokken. Had Bo de laatste slokken achterop de fiets opgedronken. Dus zat het briefje nog ergens in de doos:
Geachte hobbezak,
Maak je niet druk. Dat doen wij ook niet. Deze fles is al leeg omdat wij hem hebben opgedronken. We moesten wel. Anders hadden we dit briefje niet kunnen wegsturen. We hadden er natuurlijk iets in kunnen laten zitten, maar goede wijn gooi je niet zomaar de zee in. Slechte ook niet trouwens.
Kus.
Aan de achterzijde staat:
Goed dat je het briefje hebt omgedraaid, anders had je deze tekst niet gelezen.
Bijdehandjes. Alsof ik hem in de fles heb gevonden aan het strand. Je had er waarschijnlijk bij moet zijn. We zijn zo grappig. Ik was erbij maar ik vind het niet echt grappig.
Maar die wijn was dat wel. Zoiets had ik alleen in de Kersentuin gedronken. Een witte wijn zo lekker. Marinda en ik deelde het in bed. Wisten wij veel. Wisten wij veel dat mijn vader deze had verstopt omdat het zo bijzonder was. Onbetaalbaar. Echte dessertwijn en mierzoet. Limonade. Heerlijk om de laatste restjes hunkerende lust mee weg te vrijen. Als pijnstiller, tegen al onze lichamelijke aftakelingen inmiddels. Het was precies wat we nodig hadden. Veel suiker.
Mijn vader was echt niet gelukkig toen hij erachter kwam bij de glasbak in de week erop, zonder bijdehand briefje gelukkig. Anders was het helemaal zuur. Mijn moeder moest wel lachen. “Was het wel lekker? Heb je er wel van genoten?”, vroeg ze. Blozend gaf ik het toe. “Het was heerlijk.”, mompelde ik.
“Heerlijk.”
