Ga naar inhoud

Lifeblog

Menu
Menu

18. Dag, Bo (vervolg op: Broertje van?)

Gepubliceerd op 2 februari 201716 september 2017 door Livecast

Die dag word ik voor het laatst wakker met Bo naast mij. Ik realiseer het mij dan niet. Terwijl ik dit schrijf wel. Mannen realiseren zich weinig denk ik, daar hoor ik absoluut bij. Wakker worden naast een vrouw is naar mijn mening het meest heerlijke dat er is. Wakker worden zonder mijn Simone is voor mij nu ondenkbaar. Ik val niet in slaap als ze er niet is. Ik weet niet waar ik moet gaan liggen. Het bed is te groot, het is te stil. Al mijn zintuigen zijn ingesteld op haar, naast mij.

Nee, dat werkt echt niet meer.

En als ik toch in slaap ben gevallen en dan wakker word mis ik haar. Ik mis even stiekem kijken naar haar en alles dat ze nu is. Ze is niet meer hoe ze was toen ik voor het eerst met haar wakker werd maar zo veel meer nu, ze is prachtig. Elke oneffenheid en lijn staat voor elk kind dat ter wereld is gebracht. Ongekende natuurkrachten hebben die achtergelaten op haar lichaam. Ik was er deel en getuige van, bij geboorte van ons eerste kind was er zelfs niemand anders bij. Ik ken die schade en weet bij wie van de drie ze horen. Maar ik mag het er niet over hebben van haar.

Mijn lichaam wordt nu op dit moment alleen maar sterker en fitter. Het was oké, maar nu. Bart mijn persoonlijke trainer zegt dat ik aan het opdrogen ben. Dat heeft iets te maken met vet en spiermassa. Ik heb niet echt goed opgelet toen hij het ging uitleggen. Ik dacht alleen maar: “Dat was niet het doel, het doel was dat ik van die ongelooflijke rugpijn af kwam.” Ik zie ze wel lopen die jongens die opgedroogd zijn. Ze zien eruit alsof ze elk moment uit elkaar kunnen springen. Dat is niet de bedoeling dat is niet het doel. Maar als dat dan het effect is, dan doe ik het voor Simone en compenseer ik in iets dat geen compensatie nodig heeft. En omdat ik dan Abel nog steeds in de lucht kan gooien zonder rugpijn. Mijn lieve laatste kind onder de 10 jaar, nog maar een paar maanden. Drie kinderen zeg, als iemand mij dat toch ooit had verteld had ik hem voor gek verklaard. Wat jij Bo? Maar het kan en het kan alleen met Simone, mijn mooie Simone.

Bo is nog puntgaaf als ze vertrekt, geen enkele schade. Nou ja, die navel dan. Ik snap werkelijk niet dat haar vader akkoord gaat met haar vertrek. Als ik toch zulke dochters had zouden ze niet naar buiten mogen. Dat gezegd, als je ze binnen houdt is zelfs het huis in Bloemendaal al snel te klein. Haar vader brengt ons naar Schiphol die dag. Ze heeft haar knuffeltje die ik voor haar kocht in Artis zorgvuldig mee ingepakt. Het was bijna blijven liggen. Ik was even aan het twijfelen. Als ze het was vergeten had ik het vast nog even snel in mijn tas gestopt. Het ruikt inmiddels naar Bo. Misschien helpt het mij met slapen. Maar ik heb het toch gezegd en nu zit het in haar tas.

We zitten in de auto. De weg er heen is stil. We weten allebei wat er komen gaat en het is goed zo. Haar vader laat ons even alleen bij het hek “Ik ga even sigaretten halen.”, zegt hij. Hij heeft volgens mij in de auto alles opgerookt. Het is een slechte gewoonte, in de auto roken. Maar het is een moderne auto en je merkt er niet zo veel van. Ik begrijp het ook wel. Als ik zou roken dan zou ik het in zijn geval nu ook willen.

Bo zegt weinig, we hebben gisteren alles gezegd wat we wilde. Het meisje met het rode geverfde haar hebben we ook besproken. “Je moet er iets mee doen, dit is toch geen toeval?”, zei ze. “Als ze bij je zus in de klas zat, is er vast een adres ergens.” Natuurlijk heeft Bo gelijk, Bo heeft altijd gelijk. En ik heb dat al bedacht, maar als het ergens is dan is het in de kamer van mijn zus. En kleine broertjes horen daar niet, zeker niet op apenpantoffels. Ik zit niet te wachten op een oorlog in huis, ik heb al ruzie als ik de hagelslag opmaak. Misschien kan ik het netjes vragen? Maar meisjes in haar klas dat is een verboden terrein dat weet ik. En als je iets netjes vraagt heeft dat bij een zus altijd een gevolg. Je staat in het krijt. Nee, ik laat het los. Ik ben ‘het broertje van’ en dat is geen goed begin.

Bij het hek kijkt Bo mij aan “Pluk de dag.”, zegt ze. “Ja, ja”, zeg ik. “Maar vandaag even niet, deze dag kan zo de groenbak in.”, bedenk ik. Bo wordt ingecheckt en loopt door het hek. Wat is ze mooi.

Maar ik wil geen foto meer van dit moment, ik heb een mooiere liggen van haar.

“Bedankt Bo”, zeg ik.

Haar vader staat naast mij en haalt het folie van zijn sigaretten. Het duurt even vóór ik door heb dat hij mij een sigaret aan biedt.

“Nee dank je, ik rook niet”, zeg ik.
“Dat weet ik toch.”, zegt hij.
“Kom we gaan iets sterkers bestellen”, zegt hij. Ik zie de staart van Bo de hoek omgaan. “Ja, laten we moed indrinken”, zeg ik.

“Dag Bo” denk ik.

 

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente berichten

  • 404 Afschrijven (vervolg op: slenteren)
  • 403 Slenteren (vervolg op: Nirvana)
  • 402 Nirvana (vervolg op: Geloof)
  • 401 Geloof (vervolg op: Vesta)
  • 400 Vesta (Vervolg op: Zelfreflectie )

Recente reacties

Geen reacties om weer te geven.

Archieven

  • maart 2023
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • augustus 2021
  • juni 2021
  • december 2020
  • oktober 2020
  • augustus 2020
  • mei 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • augustus 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • februari 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016

Categorieën

  • Geen categorie
© 2026 Lifeblog | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema